Vakman

Veel van onze klanten zullen ons wel eens over de term “vakman” hebben gehoord. Deze vakman komt in ons beroep namelijk geregeld om de hoek kijken! Hoewel in Nederland doorgaans de term “vakman” wordt gehanteerd, lijkt deze term echter iets achterhaald. Wie zegt dat deze vakman daadwerkelijk een man is? Het Europees Octrooibureau heeft dat beter, of in ieder geval meer hedendaags, aangepakt door te spreken over “the skilled person”.

Wie is deze skilled person, of deze vak‘man’ nu eigenlijk? En waarom verwijzen wij hier zo vaak naar? Dat zal ik in dit stuk proberen uit te leggen!

Voordat ik je aan de vakman zal voorstellen geef ik wat context om het een en ander beter te plaatsen. Voor het krijgen van octrooibescherming moet een uitvinding aan een aantal vereisten voldoen, zoals nieuwheid en inventiviteit. Waarschijnlijk kunnen we allemaal prima beoordelen of iets nieuw is, maar het beoordelen van inventiviteit is wat complexer. Om zo’n complexer vraagstuk toch objectief, en zonder “hindsight” te beoordelen maakt het Europees Octrooibureau gebruik van deze zogenaamde skilled person.

Maar wie is het? En daarmee doelen we niet op het spel, het Europees Octrooibureau heeft immers bepaald dat in beginsel geen octrooi op een spel verkregen kan worden. Nee, hiermee doelen we op de vraag, wie is de skilled person? En hoe helpt hij of zij bij het beoordelen van de inventiviteit?

Volgens het Europees Octrooibureau is deze skilled person een fictief persoon (sorry, het zal dus bij deze digitale kennismaking blijven) met gemiddelde kennis en kunde op een bepaald technisch gebied. Ook zou hij of zij toegang hebben tot alles, ja dat lees je goed: alles, wat openbaar is. Voor ieder vakgebied is er mogelijk een andere skilled person, en met een slordige 250.000 classificaties waar octrooien in worden opgedeeld, leert een snelle analyse dat mogelijk elke inwoner van Eindhoven een skilled person is!

Oké, blijkbaar is er dus een flink aantal skilled persons, allemaal met gemiddelde kennis en gemiddelde kunde op een specifiek gebied. Maar hoe zorgen zij er dan voor dat inventiviteit objectief beoordeeld kan worden?

Aan de hand van een document, dat het dichtst bij de te beoordelen uitvinding in de buurt komt wordt gekeken naar de verschillen met de uitvinding. Deze verschillen resulteren in extra functionaliteit van de te beoordelen uitvinding. Op basis van deze functionaliteit wordt een objectieve probleemstelling gedefinieerd. En daar komt het, bij het beoordelen van inventiviteit is het de skilled person die wordt aangesteld om dit probleem op te lossen!

De vraag die we bij procedures voor het Europees Octrooibureau moeten beantwoorden is of deze skilled person, op basis van zijn gemiddelde kennen en kunnen, en op basis van zijn kennis over alle openbare literatuur, de objectieve probleemstelling kan oplossen. Maar het enkel oplossen van de gedefinieerde probleemstelling volstaat niet. De oplossing moet ook nog eens exact hetzelfde zijn als de te beoordelen uitvinding. Alleen in dat geval zal het Europees Octrooibureau concluderen dat de uitvinding niet inventief is.

Uitvinders zijn in onze ogen vaak bescheiden, en zijn snel van mening dat iets voor de hand ligt. Zoals je wellicht uit dit stuk zult begrijpen, is dat vaak onjuist! Een uitvinding is sneller inventief dan dat een uitvinder vaak denkt. Dus heb je een uitvinding gedaan, schroom dan niet even langs te komen, dan kijken we samen naar de inventiviteit van jouw uitvinding.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Een antwoord op “Vakman”

scroll